Hoe zag het leven eruit in een middeleeuws klooster?
Wat is een klooster? Hoe ziet het er van binnen uit?
Een klooster is een plaats waar mannen en vrouwen heel hun leven aan het geloof kunnen besteden, vaak was het ook een ontsnapping van de gevaren van het huwelijksleven. Veel vrouwen stierven namelijk bij de geboorte van een kind door gebrek aan medische kennis. Als je als een vrouw in het klooster ging kon je aan het opgelegde huwelijk van je ouders ontsnappen. Als je een man was kon je een carrière beginnen als geestelijke in de kerk.

Afbeelding van een kloosterbibliotheek
Op wat voor plaatsen worden kloosters gebouwd? En waarom daar?
Voordat een klooster werd gebouwd moest er eerst een goede plek worden gezocht. Soms werden kloosters op de meest onherbergzame plaatsen gebouwd, maar soms ook gewoon op het platteland. Als ze een goede plek gingen zoeken moesten ze het terrein bestuderen. Ze keken naar verschillende dingen zoals de kans op overstroming. Was het land om het kloosters heen vruchtbaar genoeg? Waren de buren bereid land te verkopen? Waren er ijzer en steengroeven in de buurt? Als het ideale terrein was gevonden gingen de werklui en de monniken bouwen. Voordat het definitieve klooster klaar was, waren er meestal tientallen jaren voorbij. De monniken kampeerden op het bouwterrein met alle ongemakken erbij.

Afbeelding van een klooster in zijn omgeving
Wat voor vertrekken zijn er in een klooster? Welke zijn gericht op het geloof?
In een klooster waren altijd 5 vleugels aanwezig: 1. de gebedsruimte of kerk 2. de slaapzaal 3. de eetzaal of refter (hierbij hoorde ook de keuken en de toiletten) 4. het gastenverblijf 5. de porterie. In de loop van de tijd kwamen er nog meer vleugels bij zoals de ziekenzaal, de vertrekken voor de novicen (kloosterlid), een kerkhof, de kamers van een abt, de bibliotheek, een maalderij, een smidse, een graanschuur, een brouwerij en de stallen voor de dieren. De volgende vertrekken zijn gericht op het geloof: de gebedsruimte of kerk, de kloostergang en lavabo.
Wat is de dagindeling in een klooster?
| 01.45 02.00 03.10 04.10 04.15 04.40 07.45 08.00 08.50 10.40 10.50 11.30 14.00 14.30 18.00 18.45 19.30 19.50 20.00 |
Wekken Metten Lauden Priem Kappittel Handenarbeid Terts Heilige Mis Geestelijke Lezing Sext Diner Rust Nonen Handenarbeid Vespers Avondmaal Gezamenlijke Lezing Completen Rust |
Volgens het horarium, moeten alle bezigheden van de monniken/nonnen plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang. Omdat de dagen 's winters korter zijn dan 's zomers wisselt het horarium per jaargetijden. De koster hield met een waterklok of een zandloper de tijd bij. De 2 Methoden waren niet erg nauwkeurig. De koster maakte elke dag zijn medebroeders wakker. De voornaamste bezigheid van de monniken bestond uit de viering van Gods werk. Per dag kwamen ze 7x bij elkaar om te bidden. In psalm 119 staat: 'Te middernacht sta ik op om u te loven'. Dat klopt wel. |
Wat voor bezigheden heeft men in een klooster? En waarom juist deze?
De kloosterlingen moesten naast de liturgische plichten (bidden) ook handarbeid verrichten zoals: gewassen verbouwen, wegen en sloten aanleggen, werken overschrijven, boeken lezen, enz. De monniken gingen er van uit dat alles optimaal gebruikt moest worden. Vanuit dit standpunt werkten de monniken. Ze brachten dit niet zomaar in de cultuur, maar ze pasten een doelgericht plan toe om de oogst te vergoten en ook de kwaliteit te vergroten. Niet alleen de landbouw werd verbeterd maar ook op alle andere fronten werden er veel dingen verbeterd en zo veel winst gemaakt. Die winst besteedden ze aan lokale voorzieningen voor de mensen in het klooster en in het dorp.
Hoe noem je de mannen en vrouwen in een klooster? Geef verschillende namen.
algemeen:
- Een mannelijke bewoner van een klooster heette monnik.
- Een vrouwelijke bewoonster van een klooster heette zuster of non.
taken vrouwenklooster:
- Aan het hoofd van een vrouwenklooster stond een zuster die abdis of priorin genoemd werd. Zij werd door andere zusters gekozen en met toestemming van de bisschop of een andere hoge geestelijke benoemd.
- De persoonlijke assistente van de abdis heette priorin als zij de abdis hielp, en als zij iets anders deed dan de abdis, maar wel een taak van de abdis uitvoerde, heette zij
sub-priorin. - De zuster die de kelder beheerde heette keldermeesteresse (in het Latijn: cellararia). Zij zorgde voor alles wat met levensonderhoud (eten e.d.) te maken had.
- De zuster die toezicht hield op de kerk heette kosteres. Zij bewaarde de sleutel van de kerk en verzorgde alles wat er voor de kerk nodig was: het altaar, de wierook en de kaarsen. Ook hield zij de data van de Christelijke feestdagen bij.
- In een klooster dat uit meer dan dertig zusters bestond, was er ook een zuster die voorzangeres genoemd werd. Deze zuster hield toezicht op het koor en de muziek bij een kerkdienst. Ook beheerde zij de bibliotheek en was zij de enige die de boeken mocht pakken en terugzetten.
- Als een zuster ziek werd, werd deze naar de ziekenzaal gebracht. Deze ziekenzaal was een apart gebouwtje dat dus buiten het klooster stond. Een ziekenverzorgster (in het Latijn: infirmaria) had de leiding over dit gebouw, en maakte geneesmiddelen van de kruiden uit de kloostertuin. Zij zorgde voor het beter maken van de zieke zuster of monnik.
- Ten slotte was er nog een zuster die de kleding van de bewoonsters moest zorgen. Deze zuster heette kledingverzorgster (in het Latijn: vestiaria). Zij hield toezicht op het scheren van de schapen, het spinnen en het weven. Zij onderhield de slaapzalen en zorgde voor naalden en draden en het leer van de schoenen.
taken mannenklooster:
- Aan het hoofd van een mannenklooster stond een monnik die abt genoemd werd. Hij heeft dezelfde taken als een abdis.
- Degene die zorgde voor de stilte in een klooster heette prior. Hij werd door de abt benoemd.
- Degene die de prior hielp bij de “liturgie” heette onderprior. Ook hij werd door de abt benoemd.
- Een kellenaar beheerde de bezittingen van het klooster.
- Degene die voor de gasten zorgde heette gastenpater. Hij was ondergeschikt aan de keldermeester.
- Degene die de boerderij beheerde heette, de naam zegt het al, beheerder van de boerderij. Hij was ondergeschikt aan de kellenaar.
- Een koster beheerde de kerk en hield de tijd bij.
- Een cantor was de voorzanger en zorgde voor de kerkboeken.
- Een portier hield de hoofdingang van het klooster in de gaten en zorgde voor de veiligheid van de kloosterlingen.
- De ziekenbroeder bestuurde de ziekenzaal en verpleegde de zieke monniken.
- De kruidenmonnik kweekte, verzamelde en bereidde geneeskrachtige kruiden.
- De bibliothecaris beheerde alle boeken uit de kloosterbibliotheek.
- De novicemeester begeleidde de novicen (de aankomende monniken) en hield toezicht op hen.
Wat zijn de regels in een klooster? Waarom juist deze?
Alle zusters moesten een sluier, habijt genaamd, dragen. Volgens de Regel van Benedictus werd veel geleefd. Als een klooster volgens die Regel leefde, moesten de monniken en zusters zich vrijwel de hele dag met gelovige bezigheden bezighouden, in lange diensten met gebeden en gezangen. Ook werd er elke dag aan handenarbeid gedaan (op het land werken en schrijven).
Zijn deze regels in alle kloosters hetzelfde? Geef enkele voorbeelden.
Nee, er bestonden verschillende kloosterorden. Een kloosterorde is een groep van kloosters die allemaal dezelfde Regel volgt. Er waren verschillende Regels. Een Regel werd genoemd naar degene die de regel bedacht had. Zo waren er de Regels van Benedictus, van Augustinus en van Franciscus.
Wat waren de leefregels die Jezus Christus predikte?
Jezus predikte de volgende regels:
"Geleid door het licht van het geloof tracht het volk van God te onderkennen welke de authentieke tekenen van Gods aanwezigheid zijn en van zijn plan met de mens. Het geloof werpt immers een eigen licht op de relatie tussen mens en gemeenschap en op zijn vurig verlangen naar de opbouw van een wereldwijde broederschap."
Net als in het Jodendom gelden de Tien Geboden, maar er is een veel grotere nadruk op het principe "Bemin God en je naasten zoals jezelf". Het "oog om oog, tand om tand" heeft niet het laatste woord.
De bergrede van Jezus met de twaalf zaligsprekingen (zie volgende alinea) plaatst het ideaal op een hoger niveau.
"Zalig zijn de armen van geest, want aan hen behoort het Koninkrijk der Hemelen. Zalig die treuren want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedigen want zij zullen het land bezitten. Zalig zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid want zij zullen verzadigd worden. Zalig zij de barmhartige, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig zij de zuiveren van hart want zij zullen God zien."
Vind je deze leefregels lijken op de kloosterregels? Leg uit?
Ja. Er gelden in een klooster dat volgens de regels van Benedictus leeft de volgende regels die Jezus predikte:
- Mensen in kloosters proberen een beeld te krijgen op God;
- In een klooster proberen mensen goed met elkaar om te gaan;
- Mensen in kloosters leefden volgens de 10 geboden;
- Mensen in kloosters maken geen onderscheid in arm en rijk; ze leven als armen.
Wat zijn de voorwaarden om toegelaten te worden in een klooster?
Een meisje moest, als ze toegelaten werd in een klooster, eerst een proeftijd doorbrengen. Ze werd dan novice genoemd. Ze moest kunnen lezen en schrijven. Ze moest ook Latijn leren om de gebeden te kunnen zeggen en de getijden te kunnen zingen. Als de proeftijd voorbij was, wat enkele jaren kon duren, werd de novice toegelaten tot de "professie". Dat houdt in dat ze voor de moeder-overste en de bisschop of een ander hoge geestelijke drie geloften moet afleggen: - ze moest beloven in armoede te willen leven - ze moest beloven "kuis" te blijven - en ze moest beloven te gehoorzamen aan degenen die boven haar stonden. Na deze geloften kwam het overhandigen van een trouwring. Daarna werd het meisje een sluier omgedaan, waarvoor haar haar werd afgeknipt. Daarna werd er feest in de eetzaal gevierd.
Niet gevonden wat je zocht? Probeer dan eens te zoeken met Google!